Advies Raad van State voor COHO vroegtijdig openbaar

Kritiek Raad van State voor COHO vroegtijdig openbaar

DEN HAAG – Volgens de Raad van State is de Rijkswet Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO) te dwingend. Het vertrouwelijke advies is vrijdag naar de premiers van Curaçao, Aruba en Sint Maarten gestuurd maar zou pas later openbaar gemaakt worden. Maar omdat het document al gelekt was besloot staatssecretaris Knops het advies vandaag te publiceren.

Advies

De Raad van State bracht het advies op 11 maart uit. Het document beschikt over zeventien pagina’s van op- en aanmerkingen. “Omdat het vertrouwelijke advies nu al kennelijk gelekt en breed verspreid is, hetgeen wij betreuren, heeft staatssecretaris Knops op advies van de Raad van State en in afstemming met de landen het advies en het onderliggende wetsvoorstel nu gepubliceerd”, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken.

“De Afdeling acht de wijze waarop deze aanpak in het voorstel is uitgewerkt als niet passend. De positionering en het takenpakket van het COHO en de verhouding tot andere actoren leiden tot onduidelijkheden over de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen verschillende actoren. Daarmee wordt de eigen verantwoordelijkheid van de landen en daarmee hun commitment verzwakt”, stelt de Raad van State. 

Het adviesorgaan is niet nadrukkelijk tegen het stellen van voorwaarden voor de financiële steun en noemt het stellen van voorwaarden “vanzelfsprekend”. Maar de Raad van State zet wel vraagtekens bij een aantal onderdelen van COHO. 

Vraagtekens

Ten eerste is de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen COHO en landsregeringen en tussen COHO en het College financieel toezicht onduidelijk. “Het COHO beschikt aldus over vergaande bevoegdheden die ook aan het landsbestuur toekomen. Aldus ontstaan concurrerende verantwoordelijkheden en bevoegdheden”, luidt de kritiek. 

Daarnaast twijfelt het adviesorgaan aan de onafhankelijkheid van COHO als Nederlandse zelfstandig bestuursorgaan omdat deze voornamelijk onder het miniserie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) valt. De bevoegdheden van de minister van BZK wordt daarbij nauwelijks beperkt omdat deze zowel boven COHO als het desbetreffende CAS-land staat. 

Ook heeft Nederland teveel ruimte om tussentijdse voorwaarden voor verdere steun te wijzigen. Tenslotte hebben de landen te weinig invloed op de samenstelling van het bestuur van COHO. Dit komt overeen met de bezwaren van de CAS-landen.

Omdat er bij COHO sprake is van een consensusrijkswet moet het Statuut in acht worden genomen, stelt de Raad van State. “Het uitgangspunt van autonomie van de landen en met name de terughoudendheid die de Koninkrijksregering, en Nederland als grootste land moet betrachten bij het beperken van de eigen verantwoordelijkheid van de landen is daarbij een belangrijke factor.”

Conclusie

De Raad van State concludeert: “De Afdeling is op de grond van de in dit advies gegeven overwegingen dan ook van oordeel dat het voorstel van Rijkswet tekortschiet. Zij concludeert dat het voorstel nader dient te worden overwogen en derhalve niet in deze vorm bij de parlementen van de landen van het Koninkrijk kan worden ingediend.” 

Maar de Rijksministerraad moet uiteindelijk bepalen wat te doen met het advies Ze kunnen ervoor kiezen om de kritiek van de Raad van State te negeren of ze kunnen het wetsontwerp aanpassen. Opvallend is dat COHO al wel operationeel is op informeel vlak. 

Lees hier het gehele advies:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven